Waar ben ik als ik slaap?
Een Koan om het 'niet-weten' te verdragen
Als kind vroeg ik me af waar ik was als ik sliep.
Ik wist als vijfjarige natuurlijk niet dat dit soort vragen eigenlijk ‘Zen’-vragen waren. Ook wist ik niet eens dat het vragen waren waar geen antwoord op was. Ik dacht dat ik gewoon dat het antwoord later vanzelf zou komen, dat ik het wel zou leren op school, zoals lezen, rekenen en waar de hoofdsteden van Europa lagen.
Het antwoord kwam nooit. En dat, begrijp ik nu, was precies het punt.
Ik wist heus wel dat ‘ik’ met mijn lijf in bed lag, in mijn slaapkamer.
Maar waar ík was. De ‘ik;’ die ik ervoer als ik wakker was, als ik dingen deed, als ik at, naar school ging, en over dingen nadacht… Waar ging die ik heen als ik slaap viel? En hoe kwam ik dan terug bij het wakker worden?
Er waren meer van dat soort vragen, zoals:.
Waar was ik voordat ik in de buik van mijn moeder terechtkwam?
Of:
Kun je naar binnen kijken bij jezelf, met je ogen dicht?
Ik probeerde het, daar in het donker, en stuitte telkens op iets wat ik niet kon benoemen. Ik begreep het gewoon niet.
Waar was ik?
Koan
Pas veel later kwam ik erachter dat er een oude traditie bestaat die precies dit soort vragen stelt om ze JUIST NIET op te lossen, maar om erin te verblijven. De zenboeddhisten noemen deze raadsels ‘koans’.
Een Koan is een raadsel waar geen antwoord op is, of beter gezegd, geen antwoord dat je met je denkende hoofd kunt bedenken.
De bekendste koan ken je misschien: ‘Wat is het geluid van één klappende hand?’
De zenmeester Hakuin stelde deze vraag aan zijn leerlingen, niet om hun intelligentie te testen, maar om hun denken te testen.
Want juist op het punt waar het redeneren stokt, ontstaat er ruimte voor iets anders.
De traditie zit er vol mee. Een monnik vroeg aan meester Zhaozhou of een hond Boeddha-natuur heeft.
‘Mu’, antwoordde de meester. ‘Nee, geen’.
Generaties zenleerlingen hebben jaren op dat ene woordje (‘Mu’) gemediteerd.
Een andere koan vraagt: ‘Wat is mijn oorspronkelijke gezicht, het gezicht dat ik had vóór mijn ouders geboren waren?’
Toen ik die voor het eerst las, schrok ik. Het was mijn kindervraag, woord voor woord, alleen mooier verpakt: waar was ik, vóór ik iemand werd?
Het zijn vaak verbluffend nuchtere raadsels, soms bijna grof.
‘Wat is Boeddha?’
Antwoord: ‘Drie pond vlas’.
‘Een gedroogd poepstokje’, zegt de ander.
De grofheid is geen toeval: die zorgt ervoor dat we het heilige niet op een voetstuk gezet wordt, om er zo weer een mooi idee van te maken waar je je mee bezig kunt houden.
Want zodra je denkt het te begrijpen, is het antwoord al weer weg.
Ken je het verhaal van de theekop die overstroomt?
Een geleerde bezoekt een zenmeester om hem over zen uit te horen.
De Zenmeester schenkt thee in, en blijft schenken, ook als de kop allang vol is.
De thee stroomt over de rand, over de tafel.
‘Hij is vol!’ roept de geleerde.
‘Net als deze kop’, zegt de meester, ‘zit uw kop propvol met eigen meningen. Hoe kan ik u Zen uitleggen, als u uw kop niet eerst leegmaakt?
De ruimte tussen vraag en antwoord
We leven in een wereld die overstroomt van meningen en antwoorden. Op elke vraag die we maar half durven stellen schiet er onmiddellijk een respons toe: van een zoekmachine, een algoritme. We hoeven nergens meer bij stil te staan; we kunnen het even opzoeken.
De ruimte tussen vraag en antwoord, die vroeger dagen, jaren, soms een heel leven kon duren, is bijna tot nul gekrompen.
En juist die ruimte was waar het kind in mij geïnteresseerd in was. Waar de verwondering leefde. Niet-weten als een vorm van openheid, een ruimte waarin een inzicht geboren kan worden. De Koan houdt die ruimte open. Hij weigert je dat ene antwoord te geven waar je hele systeem om schreeuwt: ‘Zo zit het in elkaar’.
Misschien hebben we de Koan harder nodig dan ooit. Als oefening in het verdragen van het niet-weten. Als een tegengif voor de reflex om alles meteen te willen begrijpen, te benoemen, af te vinken en op te lossen.
Het kind in mij dat zich afvroeg waar ik was als ik sliep stelde eigenlijk een Zen-vraag, een Koan.
Dat soort vragen probeer ik me nog steeds te stellen. ook al weet ik dat ik er niet direct antwoord op krijg.
Waar ben jij, als je slaapt?
En.. heb jij ook zo’n Koan? Laat er een achter in de reacties.
MB




