Pandora en de kunst van het niet-wegkijken
Over wat wij liever gesloten houden
Eeuwenlang was zij de schuldige, de nieuwsgierige vrouw, de verleidster, de bron van alle ellende. Een verhaal, opgeschreven door mannen over een ongehoorzame vrouw, die iets opende wat gesloten had moeten blijven.
Wellicht kunnen we haar - in plaats van een ongehoorzame vrouw - beter beschouwen als de vroedvrouw van bewustzijn.
Pandora…
Want kijk nog eens goed:
Pandora is degene die dat wat verzegeld is, openbaar maakt. Zij beëindigt de onnozele naïviteit, de toestand van niet-weten die zo comfortabel leek. Zij dwingt de confrontatie af. Kijk!
Stel je voor… er staat een kruik in je woonkamer. Al heel lang. In de hoek, iets achter de deur, beetje stoffig. Je weet niet meer precies wanneer die er is gekomen, of wie hem daar heeft neergezet. Misschien was je het zelf.
Soms, als de zon naar binnen schijnt wordt de oude glans even zichtbaar en trekt hij je aandacht. Dan kijk je snel de andere kant op.
Want ja, even geen tijd voor. Misschien volgende week.
We zijn er allemaal heel goed in… dat wegkijken. In de keukenlaatjes bewaren we het stille bewijs: lege batterijen, vergeelde foto’s van mensen die we niet meer bellen, snoertjes die nergens meer op of in passen. Op zolder staan dozen met oude boeken, scripties, versies van onszelf die we ooit waren en nooit helemaal hebben kunnen wegdoen. We zouden er eens werk van moeten maken. Maar ja. Geen zin. Geen tijd. Morgen misschien.
Dit is hoe wij leven, persoonlijk en collectief. Met kruiken in de hoek, laden vol troep, dozen op zolder. Altijd ergens in de buurt. Nooit helemaal vergeten. Nooit echt aangekeken.
Een vrouw en een verbod
Die kruik, die doos, dat laatje… ze verwijzen naar iets veel ouders, naar het verhaal van Pandora. Hesiodus schreef over haar ergens in de achtste eeuw voor Christus. Een verhaal over een vrouw en een verbod. En over wat er gebeurt als nieuwsgierigheid het wint. (vergelijk ook Eva, die toch die appel eet, Roodkapje die toch van dat bospad afdwaalt, de vrouw van Blauwbaard die toch die kastdeur opent, denk aan Psyche, die toch met dat olielampje haar minnaar bekijkt. Allemaal verboden, en toch…)
Dit is het verhaal van Pandora:
Zeus geeft Hephaistos, de god van de smeedkunst, de opdracht een mooi maar gevaarlijk wezen te maken: de vrouw.
Het wordt Pandora. De eerste vrouw. Zij wordt - met een kruik - naar de aarde gestuurd, met als waarschuwing: nóóit de kruik open maken, want dan is de ellende niet te overzien.
Dit is lastig, want Pandora is ‘nieuwsgierig’ geschapen. Die nieuwsgierigheid zal ze niet weten te bedwingen.
De goden hebben er expres de meest vreselijke en onheilspellende concepten in gestopt, die voor onheil en rampspoed zullen zorgen.
Met andere woorden… het is dus een listig en gevaarlijk geschenk. Want je mag het er niet over hebben, je moet de deksel op de pot houden. Het is iets wat we maar moeten gedogen...
Maar ja... Wat doe je als je wilt ‘weten’? Als je nieuwsgierig bent?
Ja, dan til je de deksel op.
Dat deed Pandora ook. En daar vloog alles wat de mensheid sindsdien kwelt over de wereld: ziekte, verdriet, jaloezie, oorlog, veroudering, dood. Een wervelwind van rampspoed verspreidde zich over de aarde, nog voordat ze het deksel er weer op doen.
Maar… onderin bleef iets achter. Stil en onbewogen. Wat was dat?
Hoop. Elpis.
Eeuwenlang is dit verhaal beschouwd en gelezen als een waarschuwing. Wees niet nieuwsgierig. Vrouwen brengen rampspoed. Laat gesloten wat gesloten is.
Maar misschien hebben we dat helemaal verkeerd begrepen.
Wat wij liever niet aankijken
Klimaat. Technologie. Polarisatie. Uitputting. Plastic soep, Epstein Files. Oorlogsmisdaden.
Deze woorden vallen zwaar neer, als keien op een houten vloer. We kennen ze. We lezen de rapporten. We knikken bij de cijfers. Het wereldnieuws stemt somber. Dus sluiten we het tabblad, leggen de krant weg, lopen naar de keuken om koffie te zetten.
Nee, we zijn niet onverschillig, maar we beschermen onszelf tegen te veel grove, onverdraaglijke waarheden tegelijk.We hebben als mensen de neiging om dat wat onverkwikkelijk, naar rauw, pijnlijk of lastig is, maar weg snel te stoppen en niet aan te kijken.
Naast de grote kruiken van de wereld staan er ook kleinere. Persoonlijke kruikjes. Angsten die we niet benoemen. De schaamte over iets van lang geleden. Oude schandalen. Het verdriet om wat je verloren hebt, een relatie, een mogelijkheid, een versie van jezelf die je dacht te worden.
Die kruiken staan om je heen. Soms zo dichtbij dat je ze voelt als je ademhaalt. Maar ga je ze openmaken? Of ben je bang? Bang wat de feiten met je doen als je ze aankijkt.
De fase die niemand wil
De alchemisten noemden het Nigredo. Zwartheid. De fase waarin alles wat vast was, vloeibaar wordt. Waarin de materie uit elkaar valt voordat zij iets nieuws kan worden. De popfase van een vlinder.
Geen prettige fase.
In sprookjes verdwaalt de hoofdpersoon in het bos. In oude mythen betreft het vaak de afdaling naar de onderwereld. In een mensenleven is het de periode waarin oude zekerheden verdwijnen en de nieuwe er nog niet zijn… de ruimte daartussenin, die zo beklemmend kan voelen dat je er niet wilt zijn.
Pandora’s opening van de kruik is zo’n moment van Nigredo. Het paradijselijke onbewuste eindigt. De mens wordt sterfelijk, kwetsbaar, zichzelf bewust op een manier die pijn doet.
Maar die pijn, levert wel wat op: bewustzijn.
Wat wij vermijden is bijna altijd hetzelfde: het einde van een oude versie van onszelf. De persoon die dacht het allemaal onder controle te hebben. Die dacht te weten hoe het zat. Die het kon volhouden.
Maar de vraag die daarna komt, stil en onvermijdelijk: wie ben ik als ik dat niet meer ben?
Hoe wij wegkijken
Er zijn vele manieren de deksel op de pot te houden.
Ontkenning bijvoorbeeld: het valt wel mee, het is overdreven, anderen hebben het erger.
Of neem projectie, nog subtieler: zij zijn het probleem, niet ik, niet wij.
Verdoving is ook een manier: scrollen, werken, consumeren, drinken, altijd in beweging blijven zodat het stilstaan nooit mogelijk wordt.
Of neem cynisme… bitter worden. Nergens meer in geloven.
En dan is er nog ironie, de meest verfijnde strategie: alles relativeren, over alles een laagje humor leggen, zodat niets echt binnenkomt.
En in de tussentijd werkt dat wat niet bewust wordt aangekeken ondergronds verder. Versterkt zich zelfs. Jung zei: wat we niet integreren, verschijnt als lot.
Met ander woorden: open de kruik, de doos en onderzoek!
Hoop zit binnenin
Het raadselachtigste detail van het verhaal is niet de opening. Het is wat er achterblijft. Hoop. Elpis. Stil, onderin de kruik, terwijl alle hoop juist vervlogen lijkt.
Is dat een troost, dat die hoop achterblijft? Of een gemiste kans?
Ik lees het zo: Hoop is geen belofte dat het goed komt. Het is geen optimisme, geen verzekering, geen luchtig gebaar richting toekomst. Het is iets ouders en sterkers dan dat. Het is het vermogen om in het donker te blijven staan zonder te bevriezen of te verstenen. Het gaat om het vermogen te dragen en te verdragen wat gedragen moet worden, zonder te weten hoe het afloopt.
Hoop woont ook binnen in jou. Maar hoop dient opgediept worden, voorbij de lagen van ontkenning en verdoving en ironie. Ze ligt ergens helemaal onderin.
Pas als we het Nigredo toelaten, kan ze in actie komen. Dan wordt het een fundamentele draagkracht die ons erdoorheen loodst.
Pandora opnieuw gelezen
Kijk nog eens goed…
Pandora kun je dus ook anders lezen. Zij is degene die dat wat verzegeld is, openbaar maakt. Zij beëindigt de onnozele naïviteit, de toestand van niet-weten die zo comfortabel leek. Zij dwingt de confrontatie af. Kijk!
Wat mij betreft is dat geen daad van roekeloosheid, maar een daad van moed, en misschien van iets groters dan moed, iets wat geen naam heeft maar wat altijd aanwezig is als het moment is aangebroken dat de kruik open moet. In die benadering is Pandora geen veroorzaker van kwaad.
Ze is de vroedvrouw van bewustzijn.
Wat dit van ons vraagt
De kruiken van onze tijd zijn al open. Het is niet meer de vraag of ze opengaan… dat is al gebeurd. De vraag is hoe wij ons verhouden tot wat eruit gekomen is. Vluchten we terug? Of leren we aanwezig te blijven? Te getuigen?
Individueel betekent dat: durven luisteren naar wat pijn doet, zonder onmiddellijk op zoek te gaan naar verlichting. Collectief betekent dat: verantwoordelijkheid nemen voor wat zichtbaar is geworden, ook als we er liever van wegkijken.
Geen romantische weg. Er is niets idyllisch aan de fase van ontmanteling. Het is ongemakkelijk en soms beangstigend en er is geen handleiding. Maar de alchemisten wisten wat er na de Nigredo komt: Albedo. Helderheid. Omdat we langzaam leren verder te kijken, het aan te kijken
Staat er een kruik in de kamer? Durf je hem open te maken?
Dat is in principe genoeg om te beginnen.
— Mieke Bouma





