Mythen als wegwijzers
Wat het vuur ons vertelde
Er was een tijd dat wij als mensen wisten wie en waar we waren. In tijd en ruimte. We wisten welke plek we innamen in het grote geheel, welke krachten er door de seizoenen heen werkten, wat het betekende om geboren te worden, lief te hebben, te rouwen, te sterven.
We wisten dit niet omdat we per se heel slim waren of lang hadden gestudeerd, maar omdat de verhalen het ons hadden verteld. Steeds opnieuw. Rond het vuur, in de tempels, in de rituelen die het jaar markeerden als wegwijzers langs een pad. De verhalen wezen de weg.
Die verhalen noemen we mythen.
En wij, moderne mensen met onze mobiele telefoons, de spreadsheets, regelgeving en snelle antwoorden, denken dat we ze niet meer nodig hebben. Dat het sprookjes zijn uit een ver verleden. We snappen ze niet eens meer. Vinden ze vreemd en onwerkelijk.
Joseph Campbell dacht daar anders over. In zijn beroemde gesprekken met journalist Bill Moyers legt hij uit wat mythen eigenlijk zijn: geen achterhaalde sprookjes, geen primitieve pogingen om onbegrijpelijke natuurverschijnselen te verklaren. Mythen zijn de taal waarin de mensheid altijd heeft gesproken over wat niet in gewone mensentaal past. Over de drempels in een leven. Over de duisternis die je moet doorkruisen om jezelf te worden. Over oerangsten. Over de krachten die groter zijn dan jijzelf, maar toch ook jijzelf zijn. En dat alles in een overrompelende beeldtaal.
‘Living in accord to nature’, zegt Campbell. Leven in overeenstemming met de natuur. Dat is meer dan wandelen in het bos of biologisch eten. Hij bedoelt daarmee: leven in overeenstemming met de natuur van het bestaan zelf. Met de cyclus van groei en verlies, van worden en loslaten. Met het feit dat het leven je zal testen en breken en dat dat deel uitmaakt van de weg.
Mythen vertellen je dat je niet de eerste bent.
Dat is misschien wel haar grootste vermogen: de mythe neemt je bij de hand en zegt: dit pad is al eerder bewandeld. Inanna daalde af naar de onderwereld en verloor alles wat haar definieerde. Zeus veranderde zichzelf in een zwaan om Leda, de koningin van Sparta te bezwangeren. Odysseus dwaalde twintig jaar voor hij thuis was. Joris vocht met zijn grootste angst, de draak. Demeter rouwde zo diep dat de aarde bevroor.
Dingen die onwerkelijk zijn maar die door hun beeldtaal metaforisch worden en betekenissen genereren.
Nu we collectief lijken te zijn losgeraakt van dit mythisch bewustzijn en in een tijd leven waarin angst, verwarring en polarisatie de boventoon voeren, is de vraag ‘hoe te leven’ urgenter dan ooit.
Campbell zou zeggen: lees de oude verhalen, laaf je aan ze. Om te begrijpen wat tijdloos is.
Bestemming
Mythen zijn geen antwoorden. Het zijn routeplanners, kompassen. Ze wijzen niet naar een bestemming, ze oriënteren je. Ze geven je een richting, een gevoel van waar je bent in het grote verhaal van je leven. En soms is dat genoeg om te weten wat de volgende stap is.
Bill Moyers vraagt Campbell aan het einde van hun gesprekken: “Heeft u een gevoel van optimisme over de richting die de wereld uitgaat?”
Campbell glimlachte. “Ik leef niet in de wereld in het algemeen, zei hij. Ik leef in mijn wereld. En in mijn wereld gaat het uitstekend.”
Dat is een mythologische les. De held redt niet de wereld. De held redt zichzelf, en daardoor de wereld.




En de heldin ontwikkelt een bewustzijn van wie ze werkelijk is en waartoe ze vermogend is :) Mooi Mieke. Het leven kan ons inderdaad lijken te breken. In mijn ervaring kan het zo voelen, in werkelijkheid is het altijd een uitnodiging gebleken om me te openen voor lang vergeten dimensies van het leven die ook bestaan.
Mooi om een stuk te lezen waar aandacht is voor de noodzaak van mythen, verhalen en traditie! Dank voor deze wijsheid! :)