Ik rijd op de snelweg. Muziekje aan, lekker relaxed.
‘Biebabeloeba…’
De zon schijnt, koetjes vrolijk in de wei.
‘Pa dam tie pa dam toe…’
Ik haal een auto in.
Maar oh!
Dan maakt de auto rechts naast me een vreemde slinger en raakt op een haar ná de zijkant van mijn auto.
De bestuurder - die op zijn telefoon zat te kijken - merkt het en draait zijn stuur snel weer naar rechts. In een fractie van een seconder kijken we elkaar geschrokken aan.
Mijn adem stokt. Een fractie van een seconde sterf ik duizend doden, ik verstijf, de tijd vertraagt, terwijl mijn auto met 100 kilometer per uur voort blijft spoeden over de snelweg.
Als ik merk dat het met een sisser afloopt, is er weer ruimte voor mijn adem en ik herinner me een meditatie-instructie:
- Adem in, adem uit, zachte buik, open hart -
Dit is mijn reanimatie. Ik ben in leven. Godzijdank.
Adem voedt het levensvuur en verwarmt de ketel - mijn buik - met het levenselixer. Bij het stokken van mijn adem verlies ik kracht, verstijf ik en sterf ik dus een beetje. Bij het inademen win ik aan kracht en zachtheid.
Het is vol of leeg, leven of dood.
Hier vond ik een mooi Zen verhaaltje over:
Een leerling vraagt aan de Zenmeester:
‘Mijn adem volgen is zo saai.
Is er niet een andere mogelijkheid?’
De Zenmeester neemt de leerling mee in een bootje op het meer en gooit hem overboord, houdt hem een tijdje onder water, laat hem even los om adem te halen en duwt hem dan weer onder.
Als de leerling uiteindelijk proestend weer boven water komt, vraagt de meester:
‘Vertel me, is ademen nog steeds zo saai?’
De leerling is in de war maar begint dan breed te glimlachen, hij is vervuld van vreugde:
‘Ik begrijp het… ik leef, ik adem, dit is het!’
Na deze uitzinnige gelukservaring, zegt zijn meester:
‘Maar nu begint het pas. Het doel is het leven te ervaren, daarom moet je weer door met het volgen van de adem.
Adem in en adem uit… adem in en adem uit.’
En dat doet de leerling. Om het leven te ervaren.
‘Adem in, adem uit, zachte buik, open hart.’
Liefs van Mieke



